Deze website gebruikt cookies. Door verder te surfen op deze website, aanvaardt u het gebruik van de cookies.

Meer weten over de cookies

80-jarige Traction Avant eregast op Jumble

80-jarige Traction Avant

Ondanks zijn 80 jaar op de teller, speelt de Traction Avant de hoofdrol op tal van evenementen. Dat begint al op zondag 27 april, tijdens de jaarlijkse Jumble. Een historisch treffen dat jullie beslist niet mogen missen. Afspraak aan het Atomium vanaf 10u

De 80-jarige TA wordt op veel plaatsen in de bloemetjes gezet. En er staan tal van prestigieuze evenementen op het programma, zoals het ambitieuze feestplan van Club Traction Universelle France later in september.

 

Nog tot eind juni staat in C_42 aan de Champs-Elysées in het kader van de expo ‘My Citroën Adventure’ een ongeziene Traction geparkeerd: de Traction Avant Sans Frontières 11BL van 1955. Andere opmerkelijke passages zijn deze op het Autodrome Heritage Festival, op het mythische circuit van Montlhéry (7 en 8 juni) en deze tijdens Eurocitro 2014, op het circuit van Le Mans (8 tot 10 augustus).

Als opwarmer dissen we ook enkele hartige anekdoten op over André Citroën en zijn geesteskind.

1000 meevierende oudjes gezocht


Om het eiken jubileum van deze trotse jarige met passende egards te huldigen, ontvouwt de Club Traction Universelle France een ambitieus plan. Uiteraard zullen er dit jubileumjaar verschillende evenementen rond deze legende van de weg worden georganiseerd, maar het grootste heeft plaats op 13 en 14 september 2014, met als decor het park van het Château de La Ferté Vidame, zo’n 137 kilometer ten westen van Parijs waar maar liefst 1000 TA’s van over de hele wereld worden verwacht…

Testcircuit


Het programma van de Club Traction Universelle France liegt er niet om. Concrete informatie volgt later, maar behalve dat de organisatoren mikken op ruim 1000 TA’s, willen ze de deelnemers ook rondjes laten rijden op het officiële testcircuit van Citroën, net zoals in 1934! En uiteraard staat ook een omvangrijke tentoonstelling over de geestelijke vader André Citroën op het menu.

Traction Avant - Hoogtechnologisch pareltje


Parijs, 24 maart 1934. Een apetrotse André Citroën stelt zijn nieuwe ‘7CV à traction avant’ voor aan de concessiehouders van het Merk. Op 7 mei nam de eerste klant de sleutels in ontvangst van een wagen die al snel furore zou maken als ‘Traction avant Citroën’, of kortweg als ‘Traction’. En hoe! De wagen zat tjokvol revolutionaire technologie, zoals voorwielaandrijving - voor een seriewagen in die tijd - een zelfdragend koetswerk en onafhankelijke wielophanging met torsievering voor en achter. Maar behalve zijn revolutionair koetswerk (zonder instapdrempel), had hij aan boord ook nog een viercilinder 1303 cc (topsnelheid 100 km/h), een drie-versnellingsbak, hydraulische trommelremmen voor en achter en onafhankelijke voorwielen. Kortom, Citroën schreef automobielgeschiedenis.

1170 km/dag


Ondanks alle gedurfde innovaties was de TA een degelijke en betrouwbare wagen. Dat bewees François Lecot overigens met verve. Deze 57-jarige hoteluitbater uit Rochetaillée nabij Lyon pendelde tussen 22 juli 1935 en 26 juli 1936 met zijn standaard 11CV dagelijks op en af tussen Parijs-Lyon-Monaco en legde in een jaar tijd welgeteld 400.143 km af. Of 1170 km per dag! En dit langs de toenmalige Nationale 7 - een zelfs in die tijd drukbereden marteling tussen Parijs en Monte-Carlo - met onder andere de beruchte doortocht van de Estérel, met welgeteld 185 haarspeldbochten over een afstand van 35 km. Vergeet ook niet dat deze N7 zich door honderden dorpjes en steden slingerde en vlot dichtslibde met fietsers, ossenwagens en allerhande kuddes vee…
Maar François was niet in te tomen en reed met zijn TA ook een aantal wedstrijden en stond zelfs aan de basis van wat later de rally Parijs-Moskou-Parijs zou worden. Door in één ruk met opnieuw een TA de 5.400 kilometer tussen beide steden af te leggen.

IJltempo


De Traction Avant is in feite een geesteskind van André Lefèbvre, terwijl Flaminio Bertoni voor het uiterlijk zou tekenen. Beide heren hebben trouwens ook de HY bestelwagen, de 2CV en de ID/DS op hun naam staan. Maar wat vooral tot de verbeelding spreekt, is dat de ontwikkeling van de Traction Avant in een ijltempo is gebeurd.
In augustus 1932 krijgt André Citroën twee prototypes te zien, ondertussen wordt de fabriek aan de Quai de Javel in amper 15 maanden, en terwijl de productie gewoon doorging, volledig omgeturnd tot een ultramoderne assemblagehal waar per dag 100 Tractions van de band zouden rollen! Op 24 maart krijgen de dealers een eerste exemplaar overhandigd, op 13 april 1934 volgt de officiële introductie en op 3 mei 1934 wordt de eerste verkoop ingeboekt.

Waarom zou u een Traction Avant kiezen?


Een priemende vraag die Citroëns reclamejongens prompt beantwoordden met volgend staaltje retoriek: “De veiligheid én de wendbaarheid van deze wagen zijn ongezien. Het comfortgehalte van de Traction Avant is zo hoog, dat u zelfs na een non-stop rit van 400 km zo fris als een hoentje uitstapt. Door de aerodynamica van de carrosserie en de kracht van de motor bezit u de snelste wagen. En hij verbruikt maar 12,5 liter per 100 km. De remmen laten u nooit in de steek en de carrosserie uit een stuk is extreem solide.”

Champagne aan boord


Het grote publiek overtuigen is een essentieel punt, maar Citroën moest ook de pers met doorslaggevende argumenten kunnen overtuigen en daarin slaagde de goed geoliede pr-machine wonderwel.
In 1954 – de TA is stilaan aan het uitbollen – wordt een legertje autojournalisten in Parijs ontboden. Zouden zij eindelijk de langverwachte opvolger van de TA te zien krijgen?
Mis poes. Wel een zescilinder Traction Avant die een nieuw hydropneumatisch veersysteem op de achteras had meegekregen. Waarna de heren journalisten in de wagen mochten plaatsnemen en over een geaccidenteerde weg werden gestuurd. Ondertussen knalden de champagnekurken vrolijk in het rond en terwijl de wagen door reed, kregen de meerijdende gasten hun glaasje bubbels keurig op een dienblad gepresenteerd, zonder een spatje te morsen…

758 948 exemplaren


De carrière van de Traction Avant zou duren tot juli 1957, met o.a. modellen als de ‘11’, de ‘15’ en zelfs negen prototypes van een 22CV (een V-achtcilinder goed voor een topsnelheid van 140 km/h) die nooit in productie zijn genomen en werden omgebouwd tot het model 11. Hoewel… het verhaal wil dat er toch enkele 22’s aan klanten werden geleverd. Waar deze auto’s echter zijn gebleven en wat ermee is gebeurd, is één van de grote mysteries rond de Traction Avant…
Maar goed, in totaal werden er 758 948 voertuigen geproduceerd waarna de TA ten slotte definitief baan zal ruimen voor die andere mythe: de DS.

André Citroën - Van Limoen tot Citroen


Het geslacht Citroën heeft Nederlandse – en Joodse – wortels. Andrés Joodse overgrootvader Roelof dreef in Amsterdam een handeltje in groenten en fruit. Toen Roelof – bij de invoering van de Burgerlijke Stand in 1811 – een achternaam moest kiezen, vulde hij het toepasselijke Limoenman in op zijn identiteitskaart.
Maar wanneer diens zoon Barend, een eenvoudige juweliersknecht, ‘te trouwen ging’ en voor zijn gefortuneerde toekomstige schoonvader stond, vond hij het statiger klinkende ‘Citroen’ toch iets passender als familienaam. Barends zoon Levie Citroen schopte het tot welstellend diamantair en verhuisde in 1873 – samen met zijn joods-Poolse vrouw Masza Amelia Kleinman – naar Parijs, waar André Citroen als laatste van vijf kinderen op 5 februari 1878, in de rue Lafitte 44, werd geboren. Het was ten slotte Andrés schoolmeester aan het Lycée Condorcet die een trema op de ‘e’ zou punten.

Een onsterfelijk logo


Hoe Citroën aan zijn karakteristieke logo is gekomen? Wel, tijdens een bezoek van André in het Poolse Lodz ontmoet hij een arbeider die na zijn uren uitvinder en knutselaar is. In het chaotische atelier bemerkt André twee kleine houten raderen met tanden in visgraatvorm. Iets waar hij ooit een blauwe maandag op school les over kreeg. De dubbelschuine vertanding doet de tandwielen stiller en soepeler draaien, ze zijn minder slijtagegevoelig en kunnen grotere krachten overbrengen dan de klassieke tandraderen. André koopt die tandwielen voor een habbekrats over, trekt spoorslags naar Parijs en neemt er een patent op. Aan de Quai de Grenelle, op een boogscheut van de Quai de Javel, richt hij in 1901 een fabriek op die aanvankelijk gespecialiseerd is in de productie van die pijltandwielen. En toen hij in 1918 klaar was om zijn wagens te produceren, had André Citroën meteen een mooi embleem klaar: de twee visgraatvormige tandwielen – ook gekend als de Dubbele Chevron.

Iedereen zijn auto (of Citroën)


Een van de grote verdiensten van André Citroën is dat hij ook de kleine man (auto)mobiel wist te maken. Dat is te danken aan zijn huisarts. Toen die bij André klaagde over zijn drukke praktijk, raadde André hem een wagen aan. Waarop de arts repliceerde dat hij dan wel gestudeerd had, maar daarom nog geen miljonair was. André had het meteen door. Hij zou geen zware en peperdure dure wagens bouwen, maar een kleine en voor iedereen betaalbare auto.
Aanvankelijk wil André Citroën zijn wagens slijten tegen de prijs van 6.950 Franse franc. Zijn medewerkers roepen moord en brand, want zo stevende de fabriek regelrecht op een faillissement af. Na veel gepalaver komen ze tot een vergelijk: 7.250 Fr. En op 4 juni 1919 verwisselt de eerste Type A van eigenaar…

Filantropische werkgever


Behalve een pionier op het vlak van marketing en publiciteit, was André Citroën een al even sociaal vooruitstrevend als filantropisch werkgever. Zo was hij de eerste industrieel die zijn werknemers allerhande faciliteiten aanbood, zoals een gezondheidsdienst, kinderopvang, fitnesszalen, zwangerschapsverlof, 13de maand en de tewerkstelling van mindervaliden. Toen al!

Het Château de La Ferté Vidame


Waar kan de 80ste verjaardag van de Traction beter worden gevierd dan in het park van het Château de la Ferté-Vidame, op 137 kilometer ten westen van Parijs¸ in het departement l'Eure-et-Loir? Immers, ook dat imposante domein van ruim 800 hectaren is nog steeds nauw gelinkt aan Citroën. Want was het daar niet dat in het grootste geheim de eerste Citroëns werden getest?

Het Château de la Ferté-Vidame dateert uit de 14de eeuw maar vandaag staan van dit imposante kasteel enkel nog de muren overeind.
Na ettelijke eigenaarswissels komt de site in 1938 in handen van Citroën, waar het in alle stilte een testcircuit aanlegt. Het hermetisch afgesloten park, omwald door een 2,15 meter hoge en 11,5 km lange muur, weet alle indiscrete blikken mooi af te weren.
Op het testcircuit reden dan ook de eerste prototypes van de 2CV en werden ook de concepten van de DS, SM en Type H aan de tand gevoeld. Net zoals de huidige prototypes van de PSA Groep er worden uitgeprobeerd.
Het is trouwens ook in de stallingen dat in 1994 drie ontmantelde (en vergeten) 2CV-prototypes werden teruggevonden die er in 1939 angstvallig voor de Duitsers waren verstopt…

Top