Deze website gebruikt cookies. Door verder te surfen op deze website, aanvaardt u het gebruik van de cookies.

Meer weten over de cookies

384x216_retour_a_la_source

WTCC keert terug naar ‘La Source’

In het weekend van 20 tot 22 juni strijkt de WTCC-karavaan naar op het roemrijke circuit van Francorchamps. Tijd dus voor een retrospectieve…

Terwijl het triumviraat José-María López, Yvan Muller en Sébastien Loeb in diezelfde volgorde zo goed als ongenaakbaar het WTCC-klassement bij de piloten aanvoert, is ’s werelds mooiste raceomloop al lang geen onbekend terrein voor het Merk dat, terloops gezegd, ook nog eens prominent het WTCC-klassement bij de constructeurs leidt…

Toute Petite Voiture de Course

Dé Citroëntjes die van Spa-Francorchamps al jarenlang hun favoriete speelterrein hebben gemaakt, zijn de 2PK’s. Jawel, al dan niet opgefokte ‘Geitjes’ die steevast ergens in de herfst in de buurt van Francorchamps neerstrijken om er rondjes op “het mooiste circuit van de wereld’ te rijden. En dat 24 uur lang tegen een gemiddelde snelheid van ruim 124 km/h met pieken van boven de 160 km/h!

Dat zijn dan wel 2PK-tjes die een motorenmotorblok kregen ingebouwd en onder de categorie ‘hybrides’ vallen. Verder zijn er ook nog de ‘protos’ met een supergevitamineerde Citroën-motor, de ‘améliorées’ met twee quasi originele cilinders en een gewijzigde nokkenas, net als de volledig originele ‘classiques’ en de ‘expérimentales’. Zoals de Geitjes op bio-ethanol of de hightech race-eend van de Internationale hogeschool Groep T. Dat team verscheen vorig jaar met een Geitje – genaamd Pegasus – dat vrolijk voorthuppelde op bio-ethanol en elektriciteit, waarbij de 33 pk sterke originele thermische motor op E85 reed en tussendoor een ruggensteuntje van 18pk kreeg, afkomstig van een elektrische blok… En ook nog eens knap derde eindigde!

Boulangers initiële TPV-concept (Toute Petite Voiture) werd op die manier tot TPVC verlengd: ‘Toute Petite Voiture de Course’. Oh ja, voor we het vergeten: dit jaar racen de 2PK’s hun 24 Uur en 2 Minuten in het weekend van 10 tot 12 oktober. En dit voor de 30ste keer…

Van SM tot Xsara

Uiteraard hebben ook andere gechevroneerde bolides hun rubberen sporen getrokken op de Ardeense omloop. Zoals op 25 juli 1971, wanneer de Citroën SM van het Team Lucien Bianchi en bestuurd door de Belgen Roland de Jamblinne en Jean Bagrit aan de start verschijnt. Eerder had de SM al geschitterd in de Rally van Marokko – wat leidde tot de reclameslogan ‘Première sorti, première victoire’. Toch was een deelname van de SM aan een pijlsnelle uithoudingsrace als Francorchamps niet meteen evident. Zeker niet wanneer u rekening houdt met zijn gewicht – 1,45 ton volgetankt – en zijn lengte van 4,89 meter. Motorpech haalde de onfortuinlijke debutant echter van de baan.

In de 24 Uur van 1974 verscheen er terug een SM aan de start. Deze keer in de kleuren van Automobiles Ligier Maserati en met Guy Ligier, François Migault en Guy Chasseuil in de kuipzetels. Op 28 juli s’ ochtends stonden ze nog knap vijfde, tot een klapband de SM in de vangrails sloeg en de wagen al te erg beschadigd bleek om nog verder te kunnen racen. Verder waren er ook nog deelnames van enkele Citroën ZX 16V, Citroën Saxo en Citroën Xsara.

’s Werelds mooiste

En kijk, na negen jaar keert het WTCC terug naar Francorchamps. Dat heeft volgens François Ribeiro, general manager van het FIA WTCC, duidelijk zijn redenen. “Voor mij is Spa gewoonweg het mooiste circuit ter wereld. De komst van het WTCC is dan ook zeker niet toevallig, het is bijna een Belgisch kampioenschap als je ziet dat zowel de topteams van Honda als van Citroën beiden geleid worden door een Belg. De nieuwe auto’s van dit seizoen slaan echt aan bij het grote publiek”, verklaarde hij aan Autosport. Maar wat maakt dit circuit nu tot het mooiste van de wereld? Wel; ondanks de vele vernieuwingen is het nog steeds een authentiek en oud racecircuit dat de natuurlijke glooiingen van het landschap volgt.

Het verhaal van Francorchamps begint op een mooie zomerdag ergens in 1920, wanneer Jules de Thier, directeur van de krant ‘La Meuse’ en Henri Langlois Van Ophem, directeur van de Sportcommissie van de R.A.C.B., in Hôtel des Bruyères het idee opvatten om de wegen tussen de dorpen Malmedy, Stavelot en Francorchamps met elkaar te verbinden en er een autocircuit van te maken. Het moest er snel aan toegaan, ook organisatorisch, omdat in augustus 1921 de eerste autorace al gepland stond. Die werd echter afgeblazen – er prijkte slechts één naam op de lijst – en vervangen door een race voor motoren. Pas in 1922 volgden de autopiloten hun spoor. Vergeet echter niet dat in die pioniersjaren de piloten nog op een aarden piste rondstoven… In 1924 werd voor het eerst de 24 Uur van Francorchamps gehouden, precies één jaar na de 24 Uur van Le Mans.

Snel, sneller, te snel

De grote vernieuwing kwam er in 1939, toen een artificiële bocht aan het circuit werd toegevoegd : de Raidillon is uniek in zijn soort. De piloten moesten de bocht tegen erg hoge snelheid aansnijden. Daarmee werd duidelijk welke richting het bestuur van het circuit uit wilde: het zou Spa-Francorchamps uitbouwen tot één van de snelste circuits van Europa. En dat zou al snel té snel worden. Vanaf 1950 werd jaarlijks de Grand Prix Formule 1 van België georganiseerd. Maar doordat de bolides steeds rapper gingen en het aantal dodelijke ongevallen in de jaren ‘60 evenredig toenam, begon het protest van de piloten tegen het ultrasnelle circuit steeds luider te klinken. Zo luid dat in 1969 de F1 voor het eerst wegbleef uit Spa. Hoewel de andere wedstrijden er nog altijd plaatsvonden, werd het duidelijk dat het circuit van veertien kilometer erg gevaarlijk was geworden. Na enkele ingrijpende aanpassingswerken werd in 1979 het zeven kilometer lange traject ingehuldigd. Dat nieuwe parcours was technischer, bevatte meer bochten en was voorzien van uitloopstroken. Het circuit behield daarmee de elementen die het zijn bekendheid hadden bezorgd, maar koppelde die aan meer veiligheid voor de piloten en nieuwe aantrekkingspunten voor de toeschouwers.

Van La Source tot de Busstop

De, in racetermen dan toch, nabijgelegen Nürburgring mag dan wel 176 bochten tellen, die van Francorchamps spreken duidelijk meer tot de verbeelding. Zo telt Francorchamps twee pitlanes; de oorspronkelijke net na ‘La Source’ en de nieuwe halverwege de ‘Busstop’. Het beroemdste stuk is evenwel ‘Raidillon aan de Eau Rouge’, een prachtige lange bocht, net na de oude pitlane, die de renners rechts naar boven het dennenbos instuurt en die volgas wordt genomen. ‘La Source’ is dan weer een loepzuivere haarspeldbocht, rechts naar beneden, waar de piloten zo goed als stilstaan. Terwijl de Busstop de meest omstreden is van allemaal: een chicane die werd ontworpen om de gemiddelde snelheid naar beneden te halen. In 2007 werd ze echter vervangen door een bocht van 90° naar rechts, die ook toegang geeft tot de vernieuwde pitsingang.

Voor de fans graag nog dit: na alle ingrepen is het legendarische Circuit van Francorchamps welgeteld 7 kilometer, 3 meter en 95 centimeter lang. De snelste ronde staat nog steeds op naam van Schumacher die in 2002 een rondetijd van 1’ 43” 726 afklokte – goed voor een gemiddelde van 241,837km/h…

Racende diva’s

Maar Francorchamps is zeker geen mannenbastion gebleven. Ook ‘snelle’ vrouwen lusten pap van Spa. Zoals de Racing Diva’s, vijf aalvlugge Nederlandse meiden die zich sinds 2012 hebben verenigd in eenzelfde raceteam. Wanneer je een van die rijdsters Natasja Smit – autopilote sinds 1993 – vraagt naar haar favoriete wagen, circuit en overwinning, antwoordt deze blondine zonder blozen: “Citroën Saxo, Spa-Francorchamps en de overwinning in de Citroën Ladies Cup op Spa-Francorchamps!”

Top