CITROËN IJZER VIERT ZIJN 75 JAAR
Geschiedenis van een buitengewoon gebouw
In het begin van de jaren dertig werd een terrein langs het IJzerplein aangekocht, waarop weldra, in 1933-1934, één der grootste autoverkoop- en herstelplaatsten van Europa met showroom naar Amerikaans model en een kantoorvleugel zou verrijzen.
Architect was Alexis Dumont, die de medewerking kreeg van architect Marcel Van Goethem. Alexis Dumont, zoon van architect Albert Dumont, ontwierp te Brussel ondermeer het rectoraatsgebouw van de Université Libre de Bruxelles, de studentenhome Paul Héger, het Instituut voor Kunsten en Ambachten, de Shell-building aan de Kantersteen en de Ravensteingalerij.
Dumont en Van Goethem werkten aan de plannen van de garage Citroën onder supervisie van de hoofdarchitect van het bedrijf, met name Maurice Ravazé. Deze Parijzenaar kwam reeds in 1931 naar Brussel om een geschikt terrein voor de oprichting van de garage te zoeken. De bouwwerken werden uitgevoerd door het Brusselse bedrijf Blaton-Aubert. De realisatie werd zowel in de Belgische als in de buitenlandse pers op heel wat lof onthaald.
Van 1940 tot 1944 werd de garage opgeëist door het Duitse leger. Daarna werd het complex gebruikt door de Engelse troepen. De geallieerden verlieten het gebouw in 1946 in een droeve staat. Twee jaar lang hadden pantservoertuigen regelmatig over de marmeren vloeren van de toonzaal gerold. Het garagegebouw had ook schade geleden tengevolge van het bombardement en het opblazen van de naastgelegen Sainctelettebrug.
Pas in 1947 heropende de garage haar deuren. Tien jaar later was het « expotijd ». Langs de Willebroekkaai trad op 3 maart 1957 een helihaven in werking (en dit tot 1962), die onder meer zorgde voor rechtstreekse helikopterverbindingen tussen Brussel en Parijs en die in 1958 de expobezoekers in een paar minuten van het stadscentrum naar de Heizel bracht. Het uitzicht op de « ijzerbuilding » werd intussen (en dit tot in 1990) aangetast door de aanleg van de Leopold-II-laan viaduct, de bekende Belgische primeur van de « stadsautosnelweg op pijlers ».
Pas in 1959 werd de oorlogsschade aan het Citroën-toonzaalgebouw volledig hersteld en werd het interieur ervan grondig gewijzigd door de bouw van een interne structuur in staal, dienstig voor de stockage van voertuigen op vijf verdiepingen.
Architectuur
Het complex van het IJzerplein, die tegelijkertijd onderdak biedt aan de hoofdzetel van Citroën Belux en de Succursale IJzer, bestaat uit twee aangrenzende bouwvolumes die zich uitstrekken over een grondoppervlakte van 16.500 m² en die bijna een volledige bouwblok innemen.
De toonzaal geeft uit op het IJzerplein en het garagegedeelte met onderhoudswerkplaatsen, magazijnen voor stockage van onderdelen, pompstation en kantoren wordt begrensd door de Akenkaai, de Willebroekkaai en de Ruimingskaai. Men kan zich moeilijk een meer centrale, in het oog sringende plaats voorstellen voor de vestiging van een dergelijk bedrijf.
Vanuit stilistisch oogpunt past het gebouw volkomen in de functionalistische logica van de industriële architectuur uit het interbellum. Ijzer en glas zijn de enige bouwmaterialen. Decoratie is totaal afwezig. De schaal en het rigoreuze concept bezorgen een grote expressiviteit aan het gebouw, dat meer dan eens werd afgebeeld in het publicitair materiaal van Citroën.
De toonzaal van 17 op 76 meter was oorspronkelijk 25 meter hoog en werd geconcipieerd als een monumentale vitrine die een soort van arena vormt, uitgevend op de hoek van het IJzerplein en de Willebroekkaai. De bekroning met glasroosters accentueerde (vóór de verbouwing) de aërodynamische vorm van het bouwvolume. De coconvorm of komeetvorm van de showroom is als het ware de monumentale uitdrukking van de avant-gardistische technieken die Citroën als vrijwel eerste autoconstructeur (precies vanaf 1934) toepaste. Bijvoorbeeld de beroemde « Traction Avant », de modellen met « zwevende motor », het aërodynamisch, zelfdragend koetswerk in staal, enz. zijn uitvindingen van Citroën.
Belangrijk is de verbinding tussen de toonzaal, het architectonisch pronkstuk, en het reusachtige achteraangelegen technisch gedeelte (goed voor 90 procent van de oppervlakte) via een soort centrale, hangende stalen « straat » van 12 meter breed. Dit gedeelte, het eigenlijke rechthoekige garagegebouw van 102 op 130 meter, beschikt over drie ingangen, één per straat waaraan de achterbouw grenst. De interne structuur van deze langs drie zijden beglaasde hal bestaat uit geklinknagelde metalen spanten met vakwerkpatroon, die worden gedragen door samengestelde, stalen pijlers.
Zowel door de grote beglaasde kappen als door de zijwanden in glasdallen, gevat in een karakteristiek patroon van vierkante vensterroeden, wordt een maximale zenithale én laterale lichtinval gewaarborgd.
De schaal van het complex kan geïnterpreteerd worden als dé voorafspiegeling bij uitstek van de alomtegenwoordigheid van Koning Auto in het naoorlogse, gestroomlijnde stadsbeeld, waarvan onophoudelijk oude componenten gehermodeleerd worden of waarin nieuw straatmeubilair en nieuwsoortige constructies verschijnen : asfaltwegen, autoviaducten en –tunnels, verkeerslichten, drive-ins, car-washinstallaties, pompstations en parkeerflats, kortom : het decor van onze hedendaagse verstedelijkte leefwereld.
Eind 2005 hebben de gebouwen op het IJzerplein een indrukwekkende verjongingskuur ondergaan. Zowel de voorgevel van de showroom als de ingang van de werkplaats werden in het wit geschilderd. Daarenboven verlichten spots alle stalen pijlers die het gebouw ondersteunen en benadrukken alzo bij valavond de enorme omvang van de showroom en de avant-gardistische stijl van zijn achitectuur.